2190-achtergrond-ciel10

Functiestoornissen

  1. De bekkenbodem kan te sterk zijn, te strak gespannen waardoor je problemen kunt ontwikkelen zoals:
    1. plasstoornissen: Niet of slecht starten van het plassen, onderbroken of sproeiend plassen, vaker ontstaan van blaasontstekingen of heel vaak kleine plasjes plassen of maar een paar keer per dag plassen.
    2. stoelgangproblemen: verstopping=obstipatie, vaak in combinatie met ontlasting verlies of onvolledig lozen van de stoelgang. Een te strakke bekkenbodem bevordert het ontwikkelen van aambeien.
    3. Pijn in het onderlichaam: rond de anus, rond de vagina, ter plaatse van het perineum en ook tijdens het ontlasten en bij het vrijen.


  2. De bekkenbodem kan te zwak zijn waardoor je problemen kunt ontwikkelen zoals:
    1. Plasproblemen: Urineverlies bij inspanning=stressincontinentie, urineverlies bij plotse aandrang=urge-incontinentie of een combinatie van beide;
    2. Stoelgangproblemen :Verlies van ontlasting van beetjes tot volledig of alleen windjes;
    3. Verzakkingen van de bekkenorganen: Baarmoederverzakking,  blaas en/of plasbuis verzakking, verzakking van de darm of combinaties.


  3. De bekkenbodem coördineert slecht d.w.z. de bekkenbodem kan te laat of te vroeg reageren waardoor je bijvoorbeeld urineverlies hebt ondanks een goede kracht of pijn hebt met vrijen ondanks dat je goed kunt ontspannen.